het rationele dogma
In de Westerse samenleving lijkt het alsof rationeel denken alle vragen zal oplossen. Ook op vragen die we nu niet kunnen beantwoorden, zal ooit een rationeel antwoord komen. De enige bron van waarheid is daarbij het rationele, het wetenschappelijke denken.
De oorsprong van het geloof dat het rationele denken het enige antwoord op alle mogelijke vragen zal kunnen leveren, wordt vaak gelegd bij Descartes. Als je aan alles twijfelt is het enige dat zekerheid biedt het denken. Voor Descartes gaat alle waarheid terug op rationeel denken. 'Cogito, ergo sum'. 'Ik denk dus ik ben'.
Qua logica is dat een knoert van een drogredenering, of beter: het is zelfs helemaal geen redenering. De conclusie van de uitspraak zit al vervat in de premisse. Als er een ik is dat denkt, dan bestaat dat ik uiteraard. Even waar en even helder is de uitspraak 'Coito, ergo sum', 'ik heb seks dus ik ben' Een mens vraagt zich met een lichte monkellach af, waar de samenleving zou staan als dàt het uitgangspunt van de ontwikkelingen van de laatste eeuwen zou zijn geweest. In elk geval is de uitspraak 'cogito, ergo sum' rationeel inhoudsloos. Het is wat in het Engels zo mooi heet 'begging the question'. Het Latijn is preciezer, daar heet dit een 'petitio principii' een uitspraak waarbij, als het uitgangspunt waar is, per definitie ook de conclusie waar is.
Sinds de 17° eeuw van Descartes en Spinoza, is de Westerse filosofie is de Westerse filosofie zich steeds meer uitsluitend gaan richten op wat rationeel en wetenschappelijk te verklaren valt. Grote namen als Kant en Hegel zitten volledig in die stroming. In de vorige eeuw ging Wittgenstein zo ver dat hij de stelling verdedigde 'Wovon man nicht reden kann, darüber muss man schweigen". Als je over iets niet op redelijke, dit is rationele, gronden kan praten, dan kan je daarover beter zwijgen.'
Wittgenstein zelf is in zijn later leven tot het inzicht gekomen dat die stelling niet houdbaar is. Hij ontdekte dat waarheid of onwaarheid ook te maken heeft met het taalspel waarbinnen je communiceert. Een uitspraak van een moeder tegenover haar kind als "ik zie je zo graag dat ik je zou kunnen opeten" hoeft niet te betekenen dat er een gevaar voor kannibalisme is in hoofde van de moeder. En ook al is de uitspraak in het wetenschappelijk-rationele taalspel niet waar, toch is ze binnen het taalspel van de moeder-kind-relatie wel degelijk waarheid. Er is dus ook waarheid voorbij het rationele denken.